Cookievoorkeuren
InstellingenIk ga akkoord

Kenniscafé Leren van verschillen

Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zuid | Kenniscafé Leren van verschillen

Gepubliceerd op : 20 november 2019

‘Kritisch blijven leren en opvattingen ter discussie stellen’

Hoe kunnen we van elkaar leren? In een organisatie stuiten professionals en teams vaak op onderlinge verschillen. Enerzijds leveren de verschillen nieuwe inzichten op, anderzijds maken deze verschillen het uitdagender om van en met elkaar te kunnen leren. Leren van verschillen was op 31 oktober jl. dan ook het thema van het tweede kenniscafé van dit najaar. Alissa van Zijl (onderzoeker Erasmus Universiteit), Wilma Jansen (onderzoeker gemeente Rotterdam en coördinator Academische Werkplaats ST-RAW) en Elizabeth van Twist (docentonderzoeker Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zud) presenteerden hierbij de resultaten van hun onderzoeken. Ongeveer 25 professionals vanuit verschillende disciplines deelden hun kennis en ervaring.

Professioneel leren

Wat zijn de effecten van knuffelen op de mentale en fysieke gezondheid? Met deze warme ijsbreker opende Elizabeth van Twist deze bijeenkomst. ‘Een open deur wellicht, maar knuffelen ontspant, vermindert pijn, werkt stressverlagend én heeft een positieve impact op het functioneren van het brein. Kortom, als je ontspannen bent, ben je beter in staat om te leren.’ Een gezonde uitgangsbasis voor de aanwezigen om even in tweetallen te ‘speeddaten’ over eigen behoeften om goed te kunnen leren. Om professioneel te kunnen leren heb je onder andere het verrijkend perspectief van iemand anders nodig. Bijvoorbeeld om je eigen kennis en ervaring te delen. Daarnaast spelen een goede leeromgeving en kritische reflectie een belangrijke rol.

Team leren

Alissa van Zijl (Erasmus Universiteit) doet sinds 2015 onderzoek naar wijkteams. ‘Team leren gaat verder dan professionals bij elkaar zetten’. Team leren houdt in dat professionals opmerkzaam zijn op elkaars werk en verschillende opvattingen over het werk bediscussiëren, met als doel om het werk efficiënter te maken en/of tot nieuwe oplossingen te komen. Om dit proces te stimuleren worden teams in het sociaal domein vaak gekenmerkt door een multidisciplinaire samenstelling. Er wordt daarbij veronderstelt dat de verschillen tussen de disciplines het proces van team leren stimuleren. In tegenstelling tot wat er in het beleid wordt veronderstelt blijkt in de praktijk echter dat er in de multidisciplinaire teams ‘eilandjes’ ontstaan waardoor de professionals vervolgens onvoldoende “weten wie wat weet”. Gepast leiderschap, in de vorm van een gedeelde visie en individuele ondersteuning, is dan ook noodzakelijk om te voorkomen dat er in multidisciplinaire teams juist minder team leren plaats vindt. De onderlinge verschillen in multidisciplinaire teams vertalen naar meer team leren vergt echter meer van het team. Door bewustwording van de risico’s die verbonden zijn aan de multidisciplinaire samenstelling kan een team al een eerste stap zetten.

Leren tussen teams in de Jeugdhulp

Wilma Jansen (Gemeente Rotterdam) doet onder andere onderzoek naar de verschillen tussen wijkteams in relatie tot jeugdhulp. Welke jeugdhulp wordt gebruikt, welke problemen zijn er in een wijk en hoe hangt dit samen waren vragen waarop de onderzoeker(s) graag een antwoord wilde(n). ‘Wat ons opviel was het grote verschil tussen wijken in samenstelling van de bevolking, door ouders gerapporteerde problemen en gebruik van jeugdhulp. Factoren die een grote rol spelen in de vraag naar jeugdhulp zijn bijvoorbeeld de leeftijdssamenstelling en het schoolniveau van de jeugd in een wijk, de hoeveelheid eenoudergezinnen en uitkeringsgerechtigden in een wijk, en de migratieachtergrond.’ Zo blijkt dat men meer gebruik maakt van jeugdhulp waar relatief veel 12-18-jarigen en uitkeringsontvangers wonen. Opvallend is ook de kleinere vraag naar jeugdhulp in wijken met veel allochtone jeugdigen.

Jansen heeft hiermee meteen boodschappen voor het kenniscafé: ‘Het gebruik van jeugdhulp blijkt sinds 2015 gestegen. De vraag is of die hulp bij de juiste kinderen en gezinnen terechtkomt. Wat kunnen de wijkteams van elkaar leren? En moeten we samen naar het grotere plaatje kijken?’. Voer voor discussie.

Wereldcafés

In de aansluitende ‘wereldcafés’ discussieerden de deelnemers over stellingen als “Ik word vaak geïnspireerd in mijn werk en dat vind ik belangrijk”, “Kritisch reflecteren op eigen handelen doe ik regelmatig zelf en/of met anderen”, enVerschillen tussen wijkteams moeten gebruikt worden door professionals om te leren”.
Enkele conclusies:

  • Weten wie wat weet maakt veel zaken concreter
  • Kwetsbaar opstellen, wil je geraakt worden
  • Voor reflectie is ruimte nodig
  • Veiligheid is de basis voor goede gesprekken
  • Sturing is nodig voor een betere samenwerking
  • Voor een goede hulpverlening (‘wat is dat?’) moet een wijkteam toegankelijk zijn
  • Wijkteams moeten transparant zijn en soms eerst vertrouwen winnen

De algemene conclusie is dat vrijwel iedereen deze middag bewuster is geworden. Bewuster van de verschillende niveaus waarop geleerd kan worden, de ruimte die voor leren nodig is en de randvoorwaarden om die ruimte te creëren.

Reacties

Carolien Holst, netwerkregisseur bij Centrum voor Jeugd en Gezin, werkt veel met andere partijen waaronder wijkteams: ‘Ik ben hier naartoe gekomen in de hoop iets te leren over het bevorderen van leren tussen wijknetwerk en de wijkteams. Dat is niet helemaal uitgekomen, want het ging vooral over het leren binnen en tussen wijkteams, maar ik heb wel mijn boodschap kunnen afgeven. Focus niet alleen op het leren binnen een wijkteam, maar trek het breed naar alle partners in de wijk. Dus mijn tip: zet vooral in op het bredere pallet en organiseer daar ook kenniscafés voor.’

Jolanda Groen, kindercoach bij DOCK, was zeer enthousiast over dit kenniscafé. ‘Het thema sprak me enorm aan. Van elkaar leren, een leven lang leren, hoe leer je (van elkaar).’ Waar je werkt bepaalt niet hoe het overal is dus Jolanda vond het inspirerend om andere professionals te horen over hun werkervaringen. ‘Dit is helemaal mijn ding. Vind het ook helemaal goed zo, misschien wat te kort. Volgende keer ga ik zeker weer.”

 


Dit artikel is onderdeel van:

Op de hoogte blijven? Schrijf u in voor de nieuwsbrief!

Door je te abonneren op onze nieuwsbrief ga je akkoord met onze privacyverklaring.